Johan Primero: Elke dag vijftig rondjes om Camp Nou
Als Johan Puig, hoofdpersoon van Johan Primero, niet dagelijks vijftig rondjes rijdt om het Camp Nou-stadion in Barcelona, zal de club verliezen. Tenminste, dat gelooft Johan zelf. En dus brengt hij zo ongeveer dag en nacht door achter het stuur van zijn blauw-rood gestreepte Deux Chevaux. Het is een simpel maar sterk idee voor een speelfilm, door regisseur Johan Kramer zichtbaar met liefde tot uitvoer gebracht.
Dagelijks vijftig rondjes om Camp Nou; het klinkt als een geestdodende routine. Voor Johan Puig (José Luis Adserías) zijn de dagen echter enerverend genoeg. Er zijn gesprekjes met Jorge (Pau Miró), de uitbater van een café op de route die zijn beroemde koffie naar buiten brengt als Johan voor de deur stopt. Hij luistert altijd even naar de oude heer Suarez (Josep Maria Domènech), die op zijn vaste bankje op het plein lustig filosofeert over de grote kwesties van het leven, en hij geeft de kleine Leo (Roger Príncep) voetbaltips. Zijn pizza krijgt hij dagelijks aangeleverd door een bezorger die hem ergens op de route opwacht, en zelfs zijn middagslaapje doet hij in de auto.
Onder die schijnbaar aangename sleur gaat echter veel stil verdriet schuil. Johans moeder blijkt sinds de dood van haar man, jaren geleden, geen woord meer te hebben gesproken. En op de bijrijderstoel kan niemand zitten; die plek is ingenomen door de urn met de as van zijn vader. Nadat de mooie, eigenzinnige autoramenlapster Paquita (Aurora Cayero) is opgedoken langs zijn route, groeit bij Johan echter de behoefte om weer met beide benen op de grond te komen. Johan Primero – de naam verwijst naar Johan Neeskens, van wie de hoofdpersoon hevig fan is en die volgens hem de ‘eerste Johan’ van Barça is en niet Johan Cruijff – is daarmee een aandoenlijke, aparte ‘boy-meets-girl’-film. Goed, na het eerste half uur zie je de uitkomst wel aankomen, maar daar staat veel tegenover.
In de eerste plaats is de film oogstrelend mooi. Kramer maakte dankbaar gebruik van de armoedig-pittoreske omgeving rond Camp Nou, en de heldere, maar soms wat verschoten lijkende kleuren geven de film een prettig ouderwetse sfeer. Hoofdrolspeler José Luis Adserías is bovendien perfect gecast als Johan. Verlegen, een beetje bang, in zichzelf gekeerd, verlangend om uit zijn auto te stappen en weer met de anderen mee te doen: al die gevoelens weet hij zonneklaar over te brengen. Subtiel is hij daarbij overigens niet. Maar daarnaar lijkt Kramer ook niet te streven - Johan Primero speelt zonder gêne in op het gemoed. En dat past prima een voetbalfilm als deze, waarin geen wedstrijdbeeld zit, maar die enkel en alleen gaat om de mensen voor wie dat spelletje zo vreselijk belangrijk is.


