Amsterdammer mijdt metro
Uit vrees voor hogere tarieven in het openbaar vervoer met de invoering van de OV-chipkaart verruilt één op de acht Amsterdammers op korte reizen de metro voor de fiets of benenwagen. Dat meldt instituut NEA, dat onderzoek doet in de transportsector. Ook bus en tram worden als alternatieven gezien. 70 procent verwacht het reisgedrag niet aan te passen.
Van de 3000 ondervraagden verwachtte 15 procent na de invoering van het elektronisch vervoersbewijs eind augustus 2009 de hoofdstedelijke metro links te laten liggen. Uit een nameting onder de onderzoeksgroep door NEA blijkt 13 procent dit daadwerkelijk ook gedaan te hebben. Volgens NEA-woordvoerder Hans de Wal is er “onduidelijkheid over wat je betaalt”.
In bus en tram is de strippenkaart nu nog geldig. Het Amsterdamse Gemeentelijk Vervoersbedrijf GVB wilde per 15 april in de hele stad overschakelen op de OV-chipkaart. Dat vindt demissionair minister van Verkeer Camiel Eurlings (CDA) te vroeg. De Tweede Kamer wil eerst zeker weten dat reizen na afschaffen van de strippenkaart niet duurder wordt. Eurlings zei vorige maand niet eerder dan medio april een besluit te nemen over een eventuele afschaffing van de strippenkaart. Dinsdag bespreken Kamer en Eurlings het onderwerp weer.
Volgens NEA is de tariefstructuur met de OV-chipkaart nu nog overzichtelijk. “Dit wordt nog moeilijker als straks misschien naar tijdstip wordt gedifferentieerd.” De onderzoekers denken dat door gewenning en de beperkte beschikbaarheid van alternatieven, bij de landelijke invoering van de OV-chipkaart, daar toch mee gereisd gaat worden. Het onderzoek is niet openbaar.
Het aantal reizigers in de Amsterdamse metro daalt licht, maar volgens GVB-woordvoerder Petra Faber komt dat met name door minder zwartrijders. Volgens de Rotterdamse vervoerder RET is het aantal betalende reizigers niet te vergelijken met het strippenkaarttijdperk, omdat dit toen niet nauwkeurig kon worden bijgehouden. “Duidelijk is wel dat we 30.000 minder zwartrijders hebben”, zegt directiewoordvoerder Nicky Jansen.


