‘Slachtoffer spelen helpt niet’
Justitie doet opnieuw onderzoek naar de dood van Tom Oldenbroek, die in februari 2000 verdronken werd gevonden in een sloot. Zijn moeder is blij, maar trekt de champagne nog niet open.
Trushka Oldenbroek had een raar voorgevoel die avond. Maar je kunt een zeventienjarige toch niet zeggen dat hij niet van huis mag gaan? “Toen hij om vijf uur nog niet thuis was, wist ik dat hij niet meer levend terug zou komen.”
Oldenbroek meldt de vermissing bij de politie, die geen groot alarm slaat. “Ik heb zelf de plaatselijke televisie gevraagd een oproep te doen, de politie deed niks.”
Vier dagen later wordt in de buurt een schoen van Tom gevonden, de dag daarop de tweede. Vrijdag wordt Toms lichaam aangetroffen in een sloot in het Friese dorpje Schraard. Oldenbroek: “Gelijk bij het vinden ging er een persbericht uit dat het niet om een misdrijf ging, en dat er geen onderzoek meer werd gedaan. Voordat het sectierapport binnen was, werd het onderzoek gesloten.”
Daarop ging Oldenbroek zelf aan de gang. “Wat ik heb gedaan? Mijn huiswerk. Ik heb gecorrespondeerd met de officier van justitie, vragen gesteld aan de patholoog-anatoom die zijn lichaam onderzocht, een detective ingeschakeld, allerlei gegevens bij elkaar gescharreld. In een slachtofferrol kruipen is niet zo vruchtbaar.”
Al haar inspanningen ten spijt gaf het OM niet thuis. Tot september vorig jaar. “Ineens stonden er mensen voor mijn deur die zeiden te weten wie Tom heeft vermoord. Zij zijn ook naar de politie geweest, die opnieuw onderzoek is gaan doen. Ik ben blij, maar trek de champagne nog niet open. Er wordt hier zoveel gekletst, op een gegeven moment zou ik het zelf gedaan hebben.”
Gisteravond besteedde Opsporing Verzocht aandacht aan de zaak in de hoop dat zich nieuwe getuigen melden. Ook Oldenbroek hoopt dat er mensen zijn die meer van de dood van Tom weten. Ze vermoedt in ieder geval dat het familielid dat haar en haar zoon jarenlang stalkte met de zaak te maken heeft.
Wie de dader ook is geweest, de moeder heeft zich vastgebeten in de zaak en rust niet voordat ze weet wat er is gebeurd. “Ik wil weten waarom hij is vermoord, wie dit heeft uitgedacht en waarom. Ik kan het niet loslaten omdat ik met die onzekerheid zit.”
Intussen zorgt ze dat haar emoties niet met haar op de loop gaan. “Als je daar voortdurend door bewogen zou worden, red je het niet. Ik ben nog steeds wel eens verdrietig, maar verzet me er niet tegen. De strijd die ik voer zie ik als topsport. Je werkt heel hard, verlegt je grenzen, maar daardoor bereik je wel wat.”


