Deze optie reset de voorpagina en herstelt de standaardwaarden.

Reset

Anthony Hopkins verspilt geen seconde meer

In monsterfilm The Wolfman zien we Sir Anthony Hopkins zoals we van hem houden: een tikkeltje gestoord, aristocratisch en ijskoud. Het gaat hem gemakkelijk af, zegt hij, om dergelijke rollen te spelen. ,,Ik kan vrij hard zijn. Dat neem ik mee in mijn werk.”

Hopkins hoeft niks meer. In de televisiekamer van zijn huis in Californië staan een Oscar en een hele rits andere filmprijzen, hij werkte met de grootste regisseurs en speelde in klassiekers als A Bridge Too Far, The Silence of the Lambs en The Remains of the Day. Er valt niets meer te bewijzen, hij kan doen wat hij wil. Misschien ligt het daaraan dat Hopkins – in tegenstelling tot veel andere acteurs – niet bang is zich uit te spreken. Ouder worden, de moeizame relatie met zijn vader, de manier waarop hij in het leven staat: weinig is taboe.

De reden dat Hopkins koos voor The Wolfman is eenvoudig: hij voelde zich aangetrokken tot het personage van een vader die harteloos omgaat met zijn zoon – zowel voor als na diens transformatie tot weerwolf. ,,Er stond één zin in het script die me direct opviel, en die ik daarna als leidraad heb genomen. Aan het begin komt een verloren zoon na twintig jaar afwezigheid thuis vanwege een sterfgeval in de familie. Bijna het eerste dat zijn vader zegt tegen hem zegt is: ‘Het lichaam van je broer is vanochtend gevonden. Heb je geschikte kleding bij je voor de begrafenis?’ Dat is ijzingwekkend koud, maar wel geloofwaardig. Relaties tussen vaders zijn zonen zijn vaak pijnlijk en gecompliceerd, denk ik.”

Hopkins schrikt er niet voor terug om dit met een persoonlijk verhaal te illustreren. ,,Mijn vader was ook zo. Nou ja, natuurlijk niet zo koud als in The Wolfman, maar…” Hij valt even stil en vervolgt: “Als kind wanhoopte hij over mij. Ik kon niet goed leren, ik deed het slecht op school. Mijn succes als acteur heeft hem uiteindelijk tevredengesteld. Begrijp me goed, ik hield veel van hem. Maar hij was echt een harde.”

Die eigenschap heeft Hopkins overgenomen – iets dat zijn werk naar eigen zeggen ten goede komt. Vooral als gaat om weinig warmbloedige personages. ,,Ik herken die kilheid, ik kan dat goed spelen. Zo in de dagelijkse omgang ben ik heel vriendelijk, maar ik kan ook vrij hard zijn. Het leven is zwaar, je moet taai zijn om het te redden. Dat is mijn credo, en ik neem dat mee in mijn werk. Ik denk dat ik daarom ook een goede acteur ben. Ik verspil geen tijd, heb weinig geduld voor gezeur of gejammer.”

Niet op de set, en daarbuiten overigens evenmin. ,,Ik heb weinig vrienden. Ik weiger om te gaan met negatieve figuren, met mensen die alleen maar praten en niets doen. Daar is het leven te kort voor.”

Dat hij inmiddels de respectabele leeftijd van 72 jaar heeft bereikt, is voor Hopkins geen reden om het rustiger aan te doen. ,,Ik heb nog veel energie, al doe ik geen stunts meer. Of eigenlijk is dat niet helemaal waar. Voor The Wolfman heb ik nog een kleintje uitgevoerd. Ik moet alleen goed oppassen.”

Ouder worden beangstigt hem niet, zegt hij stellig. ,,Dit is de beste tijd van mijn leven. Op zeker moment bereik je een punt waarop je alles minder serieus neemt. Ik lig ’s nachts niet meer wakker van de vraag of een film al dan niet doorgaat, of ik een bepaalde rol wel krijg. Als ze bellen, is het goed. En als ze niet bellen, komt er wel weer iets anders. Ik geniet er simpelweg van dat ik er nog ben, dat er nog steeds werk voor me is. In Thor speel ik straks voor God. Woody Allen wilde me voor zijn nieuwe film. Misschien ga ik Hitchcock spelen. Dat zijn allemaal cadeautjes, allemaal verrassingen. Weet je, acteren is allang geen uitdaging meer. Maar het blijft zo ontzettend leuk om te doen.”

Dat sentiment deelt hij met een andere meester uit het vak: Dustin Hoffman. ,,Ik ging laatst met hem ontbijten, omdat we misschien samen een film zullen maken. We hebben heel leuk gepraat, en we denken een beetje op dezelfde manier. Over wat een geweldige grap het allemaal eigenlijk is. Hollywood, de Oscars, beroemdheid, het doet er niets toe. We gaan allemaal dood. Het enige dat telt, is of je iets van je leven hebt gemaakt. Ik prijs mezelf meer dan gelukkig. Ik heb alles gedaan wat ik wilde, en meer.”

Reageer