Komt Een Vrouw Bij De Dokter: Irritante held die barst van zelfvertrouwen
De scepsis kan overboord worden gegooid: tv-producent, presentator en voormalig acteur Reinout Oerlemans kan óók films maken. Zijn debuut Komt Een Vrouw Bij De Dokter – dat roemruchte verhaal over een man die zich verliest in overspel als zijn vrouw kanker krijgt – overtuigt op veel fronten.
De eerste slimme stap die Oerlemans als regisseur zette, was dat hij een ijzersterke cast en crew aan zich bond. Met Carice van Houten in de zware rol van bedrogen kankerpatiënte Carmen kon hij niet de mist in gaan, terwijl mooie jongen Barry Atsma warmte geeft aan het ellendige karakter van hoofdpersoon Stijn. De sensuele Anna Drijver is bovendien prima op haar plek als minnares Roos. Voeg daarbij een vlot script en prachtig camerawerk van Lennert Hillege, die eerder hoge ogen gooide met Kan Door Huid Heen, en de basis staat als een huis.
Oerlemans is trouw gebleven aan het snelle, expliciete karakter van Kluuns gelijknamige bestseller en voegt er een extra schwung aan toe. Amsterdam zag er zelden zo glamourous uit en de heftige seksscènes – gefilmd met een vrolijk gebrek aan preutsheid, maar zonder een zweem van vulgariteit – doen je onmiddellijk geloven in de intensiteit van de verhouding tussen Stijn en Carmen en Stijn en Roos. Het contrast met de wereld van de kanker – even onverbloemd verbeeld – doet gepast rauw aan.
Soms gaat Oerlemans wel een beetje over de top. Als Stijn na een typerende eruptie van zelfmedelijden stampend huis en vrouw verlaat, bijvoorbeeld, en in een nachtclub op een videoscherm zijn dochter ziet verschijnen die hem beschuldigend toespreekt. Gelukkig zijn dergelijke momenten schaars en wordt de grens tussen drama en onvervalste tranentrekkerij niet vaak overschreden.
En dan is er het karakter van de hoofdpersoon nog. Natuurlijk, de kwestie of Kluun – pardon, Stijn – nu al dan niet een klootzak is, is inmiddels bijna even uitgebreid bediscussieerd als de vraag of Oranje kans maakt op de wereldtitel. Zonder dat dubbelzinnige, moeilijke figuur was er overigens sowieso geen verhaal geweest: dan was Carmens sterven simpelweg een ware woensdagavondfilm geworden. En toch blijft het schuren. Niet dát Stijn een rotzak is – er zijn honderden prachtige films gemaakt met rotzakken als hoofdpersoon – maar dat de kijker door de strot krijgt geduwd dat hij eigenlijk een tragische held is. Eerst omdat het zo erg voor hém is dat zijn vrouw kanker heeft, daarna omdat hij op de valreep thuiskomt en sorry zegt. In de film wordt die laatste sprong bovendien erg snel gemaakt, waardoor de impact van de treurige finale kleiner is.
En of je nu wilt oordelen over escapades van Stijn of niet, hoe je ook denkt over vreemdgaan in tijden van kanker; deze verfilming is geslaagd. Oerlemans heeft flair, haalt het beste uit zijn acteurs en leverde een debuut af dat barst van het zelfvertrouwen.


