Koning Voetbal: dom en eigenwijs
De voetbalwereld is dom. Tenminste, als je het wereldje bekijkt door een economische bril. Journalist Simon Kuper (Financial Times) en econoom Stefan Szymanski deden dat, en Simon Kuper weet dan ook precies waarom Dwight Lodeweges niet op had hoeven stappen bij NEC.
Een personeelsmanager van een willekeurig bedrijf zou er om worden ontslagen, maar in de voetballerij is het de normaalste zaak van de wereld. Je betaalt miljoenen om een goede werknemer uit het buitenland te halen, maar € 20.000 uittrekken voor een assistent die hem in een paar weken wegwijs maakt in zijn nieuwe stad, dat is te veel gevraagd.
Zie hier de belangrijkste reden waarom Nicolas Anelka faalde bij Real Madrid, nadat deze club hem in 1999 voor een transferbedrag van € 39 miljoen overnam van Arsenal. De verlegen Anelka sprak geen Spaans, en werd nooit geïntroduceerd aan zijn medespelers. Er was niet eens een kluisje voor zijn kleren in de kleedkamer. Zijn medespelers spraken nooit met de binnenvetter en gaven hem na verloop van tijd niet eens meer de bal.
“Hij beweerde over een videoband te beschikken waarop zijn teamgenoten treurig keken nadat hij na zes maanden eindelijk zijn eerste goal voor de club had gemaakt”, schrijft Kuper in Dure spitsen scoren niet. Na acht maanden kreeg Anelka zelfs een fikse boete vanwege zijn ‘onaangepaste’ gedrag.
Wat het meest opvalt wanneer je voetbal door de (naar statistieken versimpelende) bril van een econoom bekijkt, is de grote domheid. “Voetbal is een mannensport, die vaak wordt bestuurd door laagopgeleide mannen die bang zijn voor wetenschap en statistieken. Je macht als coach of bestuurder wordt ondermijnd als er een nerd met een laptop binnenkomt en vertelt wat je beter zou kunnen doen. Kennis die niet in de praktijk is opgedaan, wordt door de voetbalwereld als bedreigend gezien.”
Neem een iets dieper economisch kijkje in de spelersmarkt en je ziet: die is hoogst inefficiënt. “We hebben de boekhouding van veertig Engelse clubs over een periode van dertig jaar geanalyseerd, en samenhang tussen de uitgaven aan transfers en de stijging op de ranglijst is maar 16 procent. Bij spelerssalarissen is dit verband veel groter: rond de 90 procent.”
Wat gaat er naast bovenstaand voorbeeld nog meer mis? Spelers uit voetballanden als Brazilië en Nederland worden te duur gekocht, net als spelers die vlammen op een EK of WK en oudere spelers. “Een topper koop je eigenlijk vooral om je fans, de pers en sponsors te behagen.”
Of omdat de trainer dat graag wil. “Maar als ik één ding geleerd heb van het schrijven van dit boek, is dat de rol van de trainer altijd overschat is. Daar heb ik zelf ook aan meegedaan. Feyenoord wordt niet beter omdat Mario Been daar coach is. De trainer is een passant en zegt nauwelijks iets over de ontwikkeling van de club, topcoaches als Hiddink en Van Gaal uitgezonderd. Zij maken ploegen aantoonbaar beter, meer dan je op basis van statistiek zou verwachten.”
Op het gebied van transfers noemt Kuper drie voorbeelden van hoe het wel moet: het oude Nottingham Forest, Olympique Lion en het Heerenveen van Riemer van der Velde. “Zij kochten spelers van begin twintig. Uit het honkbal blijkt dat je op die leeftijd het best iemands ontwikkeling in kunt schatten. Bovendien trokken ze nooit te dure spelers aan. Spitsen zijn bijvoorbeeld relatief duur. Wat deed Heerenveen? Ze maakten van middenvelders spitsen en verkochten die met flinke winst.”
Het hoofdstuk over Heerenveen schreef de Brits-Nederlandse journalist speciaal voor de Nederlandse editie. Daardoor sneuvelde een hoofdstuk over het belang van evenwichtige krachtsverhoudingen in een competitie. Hier wordt in Amerikaanse leagues scherp op gelet: wie onderaan eindigt in de competitie, mag bijvoorbeeld als eerste kiezen uit talenten op de universiteiten. In het Europese voetbal geldt het recht van de sterkste. Zou dat niet anders moeten?
“Nee. Als elke ploeg ongeveer even sterk zou zijn, zou je ook een saaie competitie krijgen, omdat dan steeds de thuisploeg wint. Het thuisvoordeel is namelijk gemiddeld een half doelpunt. Bovendien kijken mensen graag naar David tegen Goliath. Als Groningen thuis tegen Ajax speelt, wordt het spannend vanwege dat thuisvoordeel. In Amsterdam is de kans groot dat het een doelpuntenfestijn wordt. Omdat Ajax meer fans heeft, is dat beter voor de populariteit. En het is leuker: als Sparta zoals twee weken geleden van Feyenoord wint, is dat meteen groot nieuws.”
Het Amerikaanse systeem vindt Kuper minder eerlijk. “Er staat een beloning op falen, je krijgt het volgend seizoen voorrang. Ik vind het promotie-degradatiesysteem eerlijker. Als een club slecht bestuurd wordt, degradeert die en kan het bestuur in de eerste divisie haar zonden overdenken.”


